Trainingsverslag Zuid Afrika

Voor community leaders van Qua Qua [University of Free State, April 2014]

In mijn geheugen zingen de mannen en vrouwen die net nog uren achter in pick-up trucks zaten voor ze bij ons arriveerden op de universiteit van Free State. Eerst even zingen en dansen, lekker je stijve spieren losmaken na de rit en in de stemming komen voor wat komen gaat. Na een uur was iedereen uitgebreid begroet en waren de spieren en de kelen weer los.

Samen met vijf vrienden van de stichting Flow & Go betalen we zelf de reis om twee weken gratis te kunnen werken als trainer in Afrika voor mensen die veel doen voor hun omgeving en die onze cursussen en trainingen niet zouden kunnen betalen. Deze mannen en vrouwen leidden townships en gemeenschappen in de townships. Sterke, mooie, slimme, bewogen en betrokken mensen die gemeenschappen in de Townships leiden. “Burgemeesters" van steden die niet op de kaart staan en zonder de infrastructuur zoals wij die kennen. Leiders waar we een hoop van kunnen leren.

De eerste dag werkten we na het ontmoeten aan manieren waarop je op een andere manier naar het zelfde kan leren kijken. De hele dag horen we waarderende geluiden en aanmoedigingen om vooral meer te geven vanuit de zaal. En van “veel van al dat nieuwe” moet je vaak lachen en dat schept een band. Als je durft te giechelen dan durf je ook je minder sterke kanten te delen en dat is leuk.

’s Nachts dacht ik na over hoe ik de tweede dag zou starten. Wat ik wilde was praten over de effecten van onderdrukking die ik tussen de bedrijven hoorde en zag. Maar ik vond niet dat ik het recht had om zo maar hun geleden onderdrukking, de apartheid, aan te snijden. Ik mocht wel gaan praten over mijn land.

De volgende ochtend, na het dansen en zingen, ging ik voor de groep staan en legde ik uit dat ik uit een land kwam die een trauma had meegemaakt, de tweede wereldoorlog. Na een trauma heb je de keuze om er wel of niet over te praten en in Nederland kozen we ervoor om er niet over te praten. Hierdoor ontstond er een generatiekloof tussen de generaties die de oorlog wel en niet hadden meegemaakt. Ze verstonden elkaar niet goed. De zaal reageerde herkennend.

Als voorbeeld van de generatiekloof stelde ik een Nederlandse mevrouw op voor de deelnemers, die de oorlogsgeneratie representeerde, met vlak achter haar rug een persoon die de oorlog representeerde. Een paar meter voor deze twee stelde ik een Nederlander op die de na-oorlogse generatie vertegenwoordigde en vroeg hem wat hij van de vrouw met de oorlog achter haar rug vond. Hij zei: ik ken ze, zoals haar, wel maar tegelijkertijd ook niet omdat ik weinig weet heb van haar verleden. Dit omdat ze hierover weinig of niet praat en ik het gevoel krijg er niet over te mogen praten. De vrouw zei vanuit haar positie dat ze het erg vond om dat te horen maar dat ze er niet over kon praten. Ook dit herkende de zaal. Hardop gaven ze blijk van hun gevoelens over wat ze zagen gebeuren. Vervolgens vroeg ik de persoon die de oorlog representeerde om achter de vrouw haar rug weg te gaan en tien meter verder links van haar in het publiek te gaan staan. Aan de man, die de na-oorlogse generatie representeerde, vroeg ik of hij tegen “de oorlog” het volgende wilde zeggen. “Jij blijft altijd een onderdeel van mijn familie- en van mijn landsgeschiedenis”.

Na dat hij dat gezegd had vroeg ik hem de vrouw weer aan te kijken en vroeg of dit enig verschil maakte. Hij keek en vertelde dat hij nu een vrouw zag die de oorlog zichtbaar kon parkeren en die wellicht ook van aardbeienjam hield, kapotte knieën had gehad, als kind van het rolschaatsen, en die waarschijnlijk vroeger ook verkering had gehad. “Met haar kan ik mij waarschijnlijk wél verhouden” zei hij. Dit contact maakte de vrouw echt blij.

Een man in de zaal die aandachtig had gekeken stond op en zei: “Ik dacht dat wij alleen apartheid hadden maar je laat zien dat we het hier hebben over de effecten van onderdrukking en dat die universeel zijn. Dat, als ik mijn apartheid op een andere plek zou zetten ik ook met mijn kleinkinderen en kinderen zou kunnen praten. Ik dank u daarvoor zei hij en ging zitten in het nu luid met elkaar pratende publiek.

Na een kort moment vroeg iemand uit de zaal: hoe ga jij om met heling, met het verzachten van de pijn? Als voorbeeld stelde ik drie Nederlandse vrouwen en drie Nederlandse mannen op in twee rijen tegen over elkaar en ik vroeg de mannen te kijken naar de vrouwen. Deze vrouwen vertelde ik de mannen zijn de dochters en kleindochters van vrouwen die de oorlog hebben meegemaakt. Veel van de oorlogservaringen hun moeders en grootmoeders waren zonder taal door gedruppeld in elke vezel van deze na-oorlogse vrouwen. Deze vrouwen hebben door de generatiekloof veel zaken zelf uit moeten zoeken: nieuwe vormen van relaties aangaan, nieuwe vormen van opvoeding, nieuwe vormen van werk en de meesten hebben nu een probleem om hun pensioen te halen. En ik keek naar de mannen en vroeg: toon je respect voor deze generaties vrouwen. En de mannen bogen lang, diep en respectvol voor de vrouwen.. Deze actie van de mannen en de emoties die daardoor naar boven kwamen hadden de mannen en vrouwen niet aan zien komen, ook niet de mannen en vrouwen in het publiek. Zowel voor als in het publiek werd geroerd gereageerd op het respect.

Vrouwen, vroeg ik daarna: kijk naar de mannen tegen over je. Deze mannen zijn de zoons en kleinzonen van mannen die de oorlog hebben meegemaakt en die niet over de oorlog spraken. Ook bij deze mannen is de oorlog zonder woorden in hun vezels gekomen. En ook zij moesten nieuwe vormen van samenleven uitzoeken net zoals nieuwe vormen van opvoeden en nieuwe vormen van werk. Vrouwen toon je respect voor deze generaties vrouwen. En de vrouwen bogen diep en lang. Tranen biggelden over de wangen van de mannen die voor het eerst respect voelden en erkenning voor wat hun generaties gedaan hadden. Ook de emoties in de zaal liepen hoog op.

Opeens begonnen mannen en vrouwen uit de zaal open te vertellen over wat ze tijdens de oorlog en tijdens de apartheid hadden meegemaakt en wat voor kloven dit gebracht had in de gezinnen en in families. We besloten met de deelnemers om tijd te nemen na deze oefening, om hierover met elkaar te praten.

Na de drie kwartier vroegen deelnemers: Kunt u deze oefening ook met ons, Zuid Afrikaners, doen? Als reactie zei ik dat ik dat graag wilde doen. En ook dat ze de keuze hadden om deze oefening, die ik net binnenshuis had laten zien, buiten te doen. In het midden van de campus is een amfitheater waar nu studenten hun broodje opeten tussen de middag. Is het goed om het daar met jullie uit te voeren. Het lijkt mij mooi dat de volgende generatie deze oefening met jullie daar zien.

Ze stemden toe. Even later zag ik een lange sliert met mannen en een lange sliert vrouwen tegen over elkaar staan in het amfitheater met broodjes etende jongeren op de tribunes daar om heen. Met een rustige, luide stem vroeg ik de mannen om naar de sterke vrouwen aan de overkant te kijken. Vrouwen die de apartheid hadden meegemaakt en nog meemaakten, vrouwen die vaak duizenden kilometers van familie en vriendinnen een toekomst zochten in de Townships met man en kinderen. Vrouwen die vaak niet wisten waar de mannen waren, op zoek naar werk. Vrouwen die voor hun kinderen zorgden en elk werk aanpakten. Ik vroeg de mannen:” toon je respect voor deze generatie vrouwen”. En de enorme sliert van mannen bogen trots en diep voor deze sterke vrouwen. En het werd stil in het amfitheater. Nog nooit hadden studenten “hun” mannen zien buigen. Onze mannen buigen nooit hoorde ik later van ze.

Vervolgens vroeg ik de vrouwen te kijken naar de mannen. De mannen die geleden hadden en nog vaak leden onder apartheid, die vaak niet konden praten over het geweld. die moeite hadden om werk te vinden om vrouw, kinderen en zichzelf te onderhouden. Die zorg hebben over een toekomst en de veiligheid van hun vrouw en kinderen. Die ook duizenden kilometers ver weg van hun familie en vrienden zijn. Ik vroeg de vrouwen naar deze generaties mannen te kijken en om hun respect te tonen. De vrouwen bogen diep in lange rij tegenover de mannen met respect en trots in het amfitheater. En de mannen werden erdoor geraakt net zoals de jongeren en mijn collega’s daar om heen.

Daarna stapte een man of vrouw uit hun rij en vertelde wat hij of zij nu kwijt wilde. En daarna boog de rij aan de overkant. Mijn tolk vertaalde niet meer en we bleven kijken totdat het voor iedereen klaar was. Vervolgens vertrokken de mannen en vrouwen weer in slierten naar de eetzaal van de universiteit. De mannen lieten de vrouwen voorgaan als teken van respect. En er werd veel gesproken over wat ze net mee gemaakt hadden en wat het hun deed. Studenten zeiden later dat de mannen uit hun gemeenschappen nooit bogen en hun vrouwen al helemaal niet en dat ze het mooi hadden gevonden om dat te zien

’s Avonds vroegen de studenten of ze deze opstelling ook zelf mochten ervaren. Tijdens deze oefening zei een jonge vrouw vooraf tegen mij dat ze niet zou buigen. Ik vertelde haar dat ik dat respecteerde en dat ik vroeger, voor dat ik kennis hiervan had, nog niet voor de Koningin zou hebben gebogen. Vervolgens zei een andere jongere vrouw tegen deze vrouw: Ik snap en respecteer waarom jij niet buigt maar ik wil je wel graag vertellen waarom ik straks wel ga buigen…….

’s Nachts reden we met z’n zessen in ons busje naar onze slaapplek. Bekaf maar vol energie over wat we meegemaakt hadden.

Zie ook: www.flow-and-go-foundation.com

Comments are closed.